U hebt niets in uw winkelwagen.
Iedereen kan verhalen vertellen. Jij ook!
En het is lang niet zo moeilijk als je misschien denkt. Met dit kaartspel leer je het als vanzelf. Het enige dat je nodig hebt, is een beginnetje. Je fantasie doet de rest! Je kunt het spel spelen met je broers en zussen, je ouders, je vrienden en vriendinnen. Zomaar, of op feestjes. En natuurlijk op school, in de klas.Welke kaarten zijn er?
Er zijn 70 kaarten met in totaal 280 opdrachten in 5 (moeilijk woord:) categorieën, die je eindeloos kunt combineren. En elke combinatie levert weer even mooie verhalen op.
Over wie gaat het?
Er zijn 15 kaarten met in totaal 60 hoofdpersonen. De hoofdpersoon is degene over wie het verhaal gaat. De held van het verhaal dus. Maar het kan natuurlijk ook juist de slechterik zijn. Er zijn mensen, dieren en sprookjesfiguren. Het kan dus alle kanten op!
Wat is hij of zij?
Er zijn 10 kaarten met 40 eigenschappen. Een eigenschap is iets dat aan iemand opvalt. Iemand kan bijvoorbeeld geheimzinnig zijn, of gemeen. Lief kan ook, of rijk of eenzaam. Dat maakt natuurlijk dat verhalen steeds weer anders zijn. Een stoute aap brengt je natuurlijk op heel andere ideeën dan bijvoorbeeld een zielige aap. En een arme muzikant is toch ook weer iets heel anders dan een verliefde muzikant.
Waar gaat het over?
Er zijn 20 kaarten met 80 onderwerpen. Het onderwerp is dat waar het verhaal over moet gaan. Het kan een gebeurtenis zijn. Een heldendaad bijvoorbeeld. Maar het kan ook een voorwerp zijn. Het mooiste cadeau, om er maar eentje te noemen.
De eerste zin
Er zijn 15 kaarten met 60 beginzinnen. Je verhaal moet dus met die zin beginnen. Lijkt dat moeilijk? Juist niet! Want de zinnen zijn zo geschreven, dat ze je als het ware meteen op een idee voor het verhaal brengen. Probeer het maar, je zult het vanzelf zien!
Waar gebeurt het?
Er zijn 10 kaarten met 40 plaatsen waar het verhaal zich af kan spelen. Gekke plaatsen, spannende plaatsen, leuke plaatsen. Je verhaal kan zich zo bijvoorbeeld in een circus afspelen, of in een kasteel. Maar ook op school, in een ziekenhuis of in een dierentuin.



